Jij bent een beetje

Tijdens een wandeling met een goede vriend wisselden we zoals altijd onze ervaringen uit op het gebied van training en coaching. Hij als psycho-educator en ik als talentfreak. We bespraken hardnekkige patronen en hoe die vandaag de dag nog steeds van invloed zijn op ons en onze cursisten/ coachees. Als voorbeeld deelde ik dat ik het heel belangrijk vond om gezien te worden door anderen en daardoor altijd hard ging werken om mensen een goed gevoel te geven (‘want dan zien ze me’). Ik vertelde dat ik daar wel een beetje overheen was. Een paar minuten later passeerde we twee dames van middelbare leeftijd. Ik knikte en zei op mijn beste manier ‘goede morgen dames’. Er kwam geen respons. Voordat ik het wist plopte mijn reactie er uit: ‘eeh, lopen we onder het Harry Poter kleed?’ Mijn maat schoot in de lach en vroeg me in hoeverre ik het vandaag de dag nog steeds belangrijk vind om gezien te worden. Ik zweeg, mokkend in mijn hardnekkig patroon.

Al wandelend vertelde hij mij over zijn gevoel om ergens niet bij te horen, over zijn voorkeur om dingen alleen te doen. Dat hij zich heeft aangepast om met anderen op te (kunnen) trekken of samen te werken, maar dat zijn voorkeur toch ligt in het alleen doen, bijvoorbeeld als ZZP. Ik vroeg hem waar dat vandaan kwam en toen onthulde hij iets waarvan ik dacht dat het niet bestond. Op zijn basisschool deelde de meester destijds de kinderen in groepjes in, de A-tjes en B-tjes. Kinderen uit het betere deel van de stad (A-tjes) mochten vooraan zitten. Kinderen zoals hij (uit het ‘andere’ deel moesten achter in de klas (B-tjes) zitten. En bovenop deze (ver)achterlijke Pygmalion variant vertelde de leerkracht tegen mijn maat dat hij eigenlijk geen B was, maar zeker ook geen A. Sommige profilers zouden zeggen dat dit een prefecte cocktail is voor het creeren van seriemoordenaar, of tenminste een kind met een sociale stoornis. Gelukkig is mijn wandelmaat goed terecht gekomen, maar nog steeds zijn er sporen van dit misplaatste Pygmalion experiment

Blokkades waar mensen vandaag mee te dealen hebben, vinden heel vaak hun oorsprong in de vroege ontwikkeling van het kind. Hoe kan een kind zijn of haar talenten maximaal benutten als er belemmeringen zijn die het kind ‘verbieden’ te zijn en doen waarvoor het bedoeld is? In mijn praktijk spreek ik mensen tegen die met overtuigingen moeten leven als; ‘ik mag er niet zijn, ik besta niet, ik moet zorgen voor de ander, ik kan het niet’. Uiteindelijk zullen sommige volwassenen er mee leren leven terwijl anderen zichzelf niet meer vinden. Klinkt dit bekend? Stuur me jouw ervaring en laat me weten hoe het jou vandaag de dag belemmert om jouw talent te ontwikkelen. Vind me via info@talentfreak.nl. Dank!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *